Mijn visie

Na het lopen van vier stages en ondertussen voor mijn vierde jaar werkzaam zijn op een basisschool, heb ik gemerkt dat ICT iets is waar je bijna niet meer omheen kan. Het wordt bijna overal voor gebruikt. Op dit moment sta ik voor de kleuters en maak ik altijd gebruik van Digikeuzebord. Twee weken geleden viel opeens het internet uit, voor meer dan een week. Toen merkte ik hoe afhankelijk wij eigenlijk zijn van onze digitale ondersteuning. Opeens konden we niet meer kiezen op het bord en dat vonden sommige kinderen erg lastig. Ze zijn het zo gewend, dat zonder haast niet meer lukt.

 

Iets wat ik erg prettig vind aan het werken met ICT is de mogelijk tot individueel leren. Dit betekent dat leerlingen een individuele leerweg kunnen volgen, afgestemd op competenties waarover zij al beschikken en competenties die zij in de toekomst nog dienen te ontwikkelen (Bilderbeek et al., 2006). Een voorbeeld waarbij dit mooi naar voren is gekomen is tijdens mijn stage, toen we veel gebruik maakten van Snappet. Uit onderzoek is gebleken dat Snappet scholen over meer learning analytics beschikken dan reguliere scholen (Koelewijn, 2019). Toch vind ik het gebruik van Snappet ook kwetsbaar. Wanneer een tablet niet werkt of het internet ligt eruit, zorgt dit snel voor problemen. Daarnaast miste ik op deze school ook de focus op het schrijfonderwijs, waardoor veel kinderen een slecht handschrift hadden en niet hielden van teksten schrijven.

 

Ik vind dat scholen een grote verantwoordelijkheid hebben in het aanleren van digitale geletterdheid. Leerlingen groeien op in een wereld waarin internet, sociale media en digitale communicatie een vaste plek hebben. Daarom is het niet genoeg om leerlingen alleen te leren hoe ze met apparaten moeten werken. Ze moeten ook leren hoe ze deze middelen op een slimme, veilige en kritische manier gebruiken.

Mediawijsheid speelt hierin een belangrijke rol. Leerlingen komen dagelijks in aanraking met nieuws, filmpjes en berichten op social media. Ik vind het belangrijk dat zij leren om informatie te beoordelen, nepnieuws te herkennen en na te denken over de betrouwbaarheid van bronnen. Daarnaast moeten leerlingen zich bewust worden van hun eigen online gedrag. Wat je online deelt, blijft vaak zichtbaar en kan gevolgen hebben voor jezelf en anderen (Wulp, 2012).

 

 

 

 

 

 

 

Adaptieve leerprogramma’s

Adaptieve leerprogramma’s zijn digitale methodes die zich automatisch aanpassen aan het niveau van de leerling, zoals Snappet, Gynzy en Squla. Tijdens mijn stage heb ik hiermee geëxperimenteerd door leerlingen opdrachten in zo’n programma te laten maken en te observeren hoe ze ermee omgaan. Ik merkte dat sommige leerlingen sneller vooruitgingen dan bij een gewone les, terwijl anderen juist extra steun kregen op de onderwerpen waar ze moeite mee hadden.

Door de resultaten te analyseren zag ik precies waar leerlingen vastliepen en waar ze uitblonken. Dit gaf mij inzicht in hoe ik mijn begeleiding beter kon afstemmen op individuele behoeften. Ook viel me op dat leerlingen gemotiveerder waren omdat ze direct feedback kregen en hun eigen vooruitgang konden volgen.

Ik vind dat adaptieve leerprogramma’s een krachtig middel kunnen zijn om te differentiëren en eigenaarschap te stimuleren, als ze doelgericht en begeleid worden ingezet. 

Mediawijsheid 

Mediawijsheid is het vermogen van leerlingen om kritisch en verantwoord om te gaan met informatie en digitale middelen. Tijdens mijn werk heb ik met Basicly gewerkt om lessen hierover te geven. Ik liet leerlingen opdrachten maken in Basicly waarbij ze websites en berichten moesten beoordelen op betrouwbaarheid en besprak daarnaast hoe ze veilig online kunnen handelen.

Het viel mij op dat veel leerlingen nog niet vanzelf kritisch kijken naar wat ze lezen. Door de opdrachten en de klassengesprekken merkte ik dat ze beter gingen nadenken over bronnen en hun eigen online gedrag. Ook viel me op dat het bespreken van online situaties in de klas helpt om bewustzijn te creëren over risico’s zoals nepnieuws en online pesten.

Daarom is mediawijsheid essentieel  in het basisonderwijs. Met een tool als Basicly kunnen leerlingen actief oefenen en hun vaardigheden ontwikkelen, terwijl ik als leerkracht inzicht krijg in hun voortgang. 

Creatieve ICT-toepassingen

Creatieve ICT-toepassingen zijn manieren waarop leerlingen én leerkrachten digitale middelen kunnen gebruiken om informatie op een visuele of interactieve manier te presenteren. Tijdens mijn stage heb ik hiermee geëxperimenteerd door zelf posters te maken met Canva. Zo heb ik onlangs een poster ontworpen om ouders te informeren dat tandartscontroles voor kinderen altijd gratis zijn.

Uit mijn ervaring bleek dat een visueel aantrekkelijke poster meer aandacht trekt en boodschappen duidelijker overbrengt dan alleen tekst. Ook merkte ik dat het maken van de poster me hielp om mijn eigen digitale vaardigheden te ontwikkelen, zoals lay-out, kleurgebruik en tekstverwerking.

Ik vind apps zoals Canva een laagdrempelige manier bieden om informatie te communiceren, maar ook om leerlingen te stimuleren zelf digitale producten te maken. Zelf heb ik voor mijn studie aan de Pabo drie jaar mediavormgeving gedaan op het MBO. Ik had van te voren verwacht dat ik dit nooit meer zou gebruiken, maar niets bleek minder waar. Ik gebruik het dagelijks en help ook kinderen en collega's met het maken van mooie dingen.

Digitale dagplanning

Digitale dagplanning met het digikeuzebord is een handige manier om kleuters meer zelfstandigheid te geven bij het kiezen van hun activiteiten. Tijdens mijn stage heb ik het digikeuzebord gebruikt om de kinderen zelf te laten kiezen waar ze mee willen spelen of welke werkvorm ze willen doen. Ze konden bijvoorbeeld kiezen tussen bouwhoek, spelletjes, knutselen of tabletactiviteiten.

Ik vind dat kleuters hierdoor meer regie nemen over hun dag en bewuster keuzes maken. Het digikeuzebord zorgde voor structuur, terwijl het tegelijkertijd ruimte liet voor vrij spel en eigen voorkeuren. Ook kon ik als leerkracht zelf inplannen. Zo zorg ik er wel voor dat iedereen een bepaald werkje maakte in de week. Ook kon ik daardoor makkelijk differentiëren, door ze in te plannen bij hun niveau.

Mijn bevinding is dat digitale keuzesystemen zoals het digikeuzebord kleuters helpen om zelfstandigheid en verantwoordelijkheid te ontwikkelen, terwijl het ook overzicht en structuur biedt voor de leerkracht. 

Digitale prentenboeken

Digitale prentenboeken zijn een waardevol hulpmiddel om taalontwikkeling te stimuleren, vooral bij NT2-leerlingen. Voor mijn eindonderzoek tijdens mijn stage heb ik onderzocht hoe digitale prentenboeken kunnen bijdragen aan woordenschat, luistervaardigheid en begrijpend luisteren bij kinderen met een NT2 achtergrond. Ik werkte hierbij met de Voorleeshoek en Bereslim, waarbij leerlingen konden luisteren naar verhalen en tegelijkertijd de tekst en plaatjes konden volgen.

Uit mijn observaties bleek dat NT2-leerlingen meer betrokken waren bij de verhalen wanneer ze digitaal ondersteund werden. Het visuele én auditieve element hielp hen nieuwe woorden beter te onthouden en de verhaallijn te begrijpen. Ook merkte ik dat kinderen eerder vragen stelden en over het verhaal durfden mee te praten, wat hun taalproductie stimuleerde.

Uit mijn onderzoek kwam dat digitale prentenboeken een effectief middel zijn om NT2-leerlingen taalervaringen te bieden die anders moeilijk te realiseren zijn. 

Samenwerken met collega's

Op mijn werk werk ik nauw samen met collega’s als het gaat om ICT. Zo help ik regelmatig bij het ontwerpen van verschillende dingen in Canva, waarbij ik mijn achtergrond in mediavormgeving inzet. Denk hierbij aan het maken van posters, werkbladen en presentaties. Daarnaast heb ik mijn collega's een cursus gegeven over Canva, zodat ze makkelijk uit de voeten kunnen en wat handigheidjes kennen.

Ook help ik collega’s bij het gebruik van het digibord en digitale leermiddelen, omdat ik hier best wel handig in ben en graag meedenk over de inzet hiervan in de les. In mijn eigen groep en de andere kleutergroep neem ik regelmatig kinderen apart of in kleine groepjes mee om samen digitale prentenboeken te bekijken en hierover in gesprek te gaan. Op deze manier stimuleer ik taalontwikkeling en zorg ik voor extra ondersteuning bij kinderen die dit nodig hebben.

Bronnen

Wulp, E. (2012). Mediavaardigheden van leerkrachten in het basisonderwijs (Door Mijn kind Online). https://www.cyberpesten.be/sites/default/files/file509441.pdf